Saturday, August 11, 2007
Stargard Szczecinski, deel 1
De eerste tekenen van oostblok kwamen na Berlijn. De vering van de wagen van West-Duitse origine wist met moeite de betonblokken met ongelijke leggers te overleven, toen wij van gerehabiliteerde hoofdstad naar de Poolse grens reden. Gelukkig kon de pijn in mijn kont enigszins verdreven worden door de overheerlijke gehaktballetjes van de bijrijder. Eenmaal over de grens vernauwde de weg zich tot tweeeneenhalf baans (kunnen drie wagens naast elkander rijden), maar het wegdek was verder glad, zodat we niet geheel gebroken aankwamen in de sattelietstad van Sczczecin. Het stemt niet vrolijk, Polen in de winter. Vies, hoertjes naast de weg, zwalkende mensen, de geur van bruinkool en bovengrondse gasleidingen leiden tot een gevoel van een vergane industrie, van roest in bushokjes, een gevoel van misplaatste nostalgie naar de jaren tachtig, die ik nooit zodanig bewust heb meegemaakt, bekeken door een slechte russische camera, die de verarmende mechanisatie van elk vijfjarenplan vastlegde. Nena, een gozer die op het rode plein landt, de haven van Gdansk en zijn beroemdste arbeider Lech Walesa, grafietscheppende biorobots in Tsjernobyl, de machtige wenkbrauwen van Brenzev, de al veertig jaar in de kelder klaarstaande weckpotten bij opa en oma en natuurlijk de lege schappen in de supermarkt flitsten voorbij.
Toch zou er vrolijkheid moeten zijn, er werd immers gebridged. In een basketballstadion. Ons onderkomen lag een half uur lopen daarvandaan. Een hostel van het rode kruis met zusters in een wit gewaad en een tandarts die zich op de begane grond gevestigd had huisvestte ons in een vierpersoonskamer met een gezamenlijke douche op de gang en een Pools juniorenteam dat naast ons zat. Het viel mee, naar omstandigheden, maar toen ik het bed raakte, zakte ik door. Hoe kon het ook anders.
Ook hier hadden ze boterhammen bij het ontbijt, zuur brood, dat altijd uit elkaar viel als je het dubbelvouwde en zo droog was dat alleen een dip in de bloemkoolsoep het brood tot een spons maakte. Dit was te overzien, zeker, maar de zusters waren zo blij met ons, dat een echte specialiteit niet mocht ontbreken. Wurst. Het zag er pukkelig uit van de vetpuntjes in de gevulde darm. Drie van ons waren zo slim om de vierde het te laten proeven. Hij sneed een stuk af, pakte zijn vork boers in de hand en vrat het ding in een keer op. “Wel te doen”. Dan durven wij ook wel. BD, VdP en uw auteur staken een vork erin. Jammergenoeg zijn mijn ogen niet slecht genoeg om een bril te dragen, zodat ik even niets meer zag door de rondvliegende vetspetters, maar toen ik eenmaal een helder beeld had teruggekregen nam ik een hapje. Het had niet veel gescheeld of de zuurtegraad van de soep was exponentieel omhooggesprongen.
Dan maar bridgen. De eerste dag liepen we langs de muren met koolaanslag, door het tunneltje met bovengrondse pijpleiding, waar je je adem inhield en over de parkeerplaats met gaten in het asfalt. Het tamelijk moderne stadion bevatte een groot aantal tafeltjes met heel veel Polen en een paar buitenlanders. Alvorens wij konden spelen dienden wij op te staan en de plaatselijke bisschop zegende het toernooi. Hoe konden deze mensen dat nog geloven. Het toernooi verliep met horten en stoten totdat wij voor een onoverbrugbare muur kwamen te staan. We gingen zitten, zagen een aardige goed engelssprekende pool zitten, maar op de vraag waar zijn partner zich bevond, moest hij het antwoord schuldig blijven. “Daar ergens, de drank heeft hem”. “Arbiter, waar is mijn partner?” Die kwam niet meer. Zo vergat men dus te geloven dat God dit land voor hen had gewild. Zo ontvielen alle zorgen hen. Ik vond het niet verwerpelijk, niet een reden om je af te keren. Ik was juist nieuwsgierig naar hun verhalen, waar ze vandaan kwamen, hoe lang ze in de trein gezeten hadden, of ze wel sliepen, wat de lekkerste wodka was, of ze nog gingen scoren, hoe ze tegenover de EU stonden en of ze nog andere systemen dan Poolse klaver kenden. Ik vroeg het, maar meestal kwam er niets anders terug dan een hopeloos gezicht waarachter een brein verscholen was dat Engels niet sprak. Het mijne verstond geen Pools.
Het kaarten ging matig. Ze konden allemaal bridgen. Tante Betje en ome Jan die wel eens een slagje laten liggen wonen echt niet in Polen. Elke dronken boerenkinkel kan daar de kaarten raken. In de pauze zochten we westheid, de kebabzaak sprak voor zich, de uren op de plee erna ook, maar ja je moest wat. Wordt vervolgd..
Sunday, February 04, 2007
Op reis met de snor
Afhankelijkheid van apparaten of personen noopt natuurlijk altijd tot een mate van oplettendheid waarbij het geringste deficiet de alarmbellen doet rinkelen. Immers behalve jezelf en je caballero’s zonder filter kun je niemand echt meer vertrouwen heden ten dage. Zeker niet een stel bengels onder de twintig die volledig ontoerekeningsvatbaar jou in de nodige problemen proberen te brengen door de ergste rampscenario’s te forceren, zo niet ten uitvoer te brengen. Toen ik vorig jaar eens logeerde bij de beste man, kon ik het niet laten even op zijn werkkamer rond te snuffelen. Zowaar. Dit is wat ik vond:
Reisverslag XVII. Amsterdam – Torquay. Torquay – Amsterdam.
5.15 uur, 2 juli 2002. Amsterdam
Opgestaan. De katten uitgelaten. Nero was niet te vinden. Als ik Nero niet kan vinden wordt het een dag van niks. Rustig aan doen dus!
5.30
Timpie wakker gemaakt.
5.45
Timpie nog een keer wakker gemaakt.
6.00
Vertrokken richting Amsterdam CS. Gelukkig is er een treinverbinding met dat Eiland, hoef je niet zo gevaarlijk te vliegen.
6.10
Gedonder. De vertrektijden zijn veranderd. Overal hangen blauwe papieren over het vertrouwde gele plastic. Waar is Timpie trouwens? Zie ik hem daar nog net naar de sporen lopen. Hoe heeft hij dat zo snel gezien. Misschien moet ik een NS-beambte vragen waar de trein naar Brussel vertrekt. Snel achter Timpie aangelopen. Ik waarschuw hem: “Als de trein er over vijf minuten niet is, gaan we weer naar beneden. Tis allemaal ellende hier.” Geen reactie.
“Frans, ik zie hem al”. Gelukkig denk ik nog. Wee mij, Stopt ie niet op spoor 14 zoals aangegeven, maar op - op hetzelfde perron zijnde - spoor 13!! Ongeluk en rampspoed zullen spoedig ons deel zijn. Zoveel drama en ik moet nog vijf van die snotneuzen in deze trein zien te krijgen.
6.50, ter hoogte van Leiden
“Dames en heren. Door werkzaamheden zal deze trein niet stoppen op Den Haag Hollands spoor. We zullen alleen nog stopp…” Ding Ding Ding Ding. Rustig Frans. Ding Ding Ding Ding. Den Haag. Daar wonen T. en D. O God, die moeten daar opstappen. Ik hoop maar dat ze het weten. We moeten ze bellen. Ach, heeft ie geen beltegoed meer. De medereizigers waren ook ver te zoeken. Slecht idee om op zaterdag te gaan. Konden beter op doordeweekse dag >> Meer mensen, minder gevaar om er alleen voor te staan.
9.28, station Brussel Zuid.
Ze bleken allemaal op Roosendaal op te stappen. Verder geen grappen gemaakt. Ze waren nog wat suf. Dat zou wel gaan veranderen. Op Brussel Zuid moet ik door een detectiepoortje. Ik haal alles uit mijn broekzakken, maar hij gaat nog steeds af. De jongens lachen me uit. Zodra ik de trein zie stap ik in. Keine Experimente, zei der Alte, Konrad Adenauer al. Daar houd ik me graag aan. De jongens lopen een heel eind verder. Kijk uit, straks vertrekt ie. Ik moet naar ze toe. Ik gebaar half struikelend nadat ik 7 (compenseert spoor 13 weer een beetje) treinstellen doorlopen heb en ik ze eindelijk in het vizier gekregen heb dat ze naar binnen moeten. Gedwee betreden ze de coupé. Ook weer gehad.
10.15, Calais
Iemand heeft in Lille de trein verlaten zonder bagage. Reden voor de Gendarmerie om de trein te stoppen. Dat is dan het einde. Zometeen vliegen we de lucht in. Die achtergelaten koffer bevat een bom. Ik heb mijn ogen al dichtgeknepen. Ja hoor, een harde knal. “Passports, please”. O, twee opvallend onopvallende figuren met lange regenjas bij 30 graden buiten rukken de deur van de coupé open en kijken mij nors aan. Ik hoop niet dat ze me zo gezien hebben terwijl ik wachtte op het oordeel Petrus’, weggedoken, met gesloten ogen. Na mijn paspoort te hebben gescand lopen ze door. Een half uur later vertrekken we weer. We lopen een uur achter op het schema. Ik verwacht dat we nog wel een paar keer oponthoud zullen hebben. Ik schat de aankomsttijd op 12 uur des nachts.
14.01, Station Waterloo, London
Ik hoop niet dat dit station zijn naam eer aandoet. Er is trouwens iets vreemds aan de hand. We zijn time gewarpt. Alle klokken staan een uur te vroeg. Dit zou het gehele kampioenschap zo blijven. Geen directe reden tot paniek, maar enige voorzichtigheid is geboden. Misschien heeft het te maken met het stilstaan vlak voor de kanaaltunnel. Ik verander in ieder geval niets aan mijn eigen horloge.
14.30, Station Paddington, London
De eerste keer dat er iets goed is gegaan vandaag. We zijn niet bestolen in de metro. Weer vertekken we vanaf spoor 13.
16.30
De reis in een boemeltje van London naar Exeter duurt lang. De schavuiten worden opstandig. Lag er net al eentje languit, omdat ene V. de P. zijn veters aan elkaar had gestrikt. Als ze het nou gewoon over bridge hebben, maar nee, dat weten ze allemaal wel.
16.45, langs de kust.
De pleuris breekt uit. Het gaat helemaal niet goed. Timpie H. en Bobbie D. hebben bedacht dat de trein wel eens in zee kon gaan vallen als ze allebei de kant van het woeste water opleunen. Ze duwen tegen de wand van de trein en zowaar voel ik dat de trein scheef staat. “Jongens hou op, straks liggen we in zee”. Als dit niet helpt ga ik uit voorzorg aan de andere kant van de trein zitten om wat tegenwicht te bieden. Je weet maar nooit. Ik haal pas weer adem als we landinwaarts trekken. Haast letterlijk een dubbeltje op zijn kant. <<< “Dubbeltje op zijn kant. Goed om die erin te houden als ze weer eens een gedoubleerde deelscore net 1 down laten gaan. Als in: “Nou, dat was weer een dubbeltje op zijn kant, niet meer doen dus”. >>>
20.00, station Exeter.
We moeten overstappen. Ik zie nog net de lichten van de laatste trein verdwijnen. Staan we dan. Zeker nog
22.00, Torquay
Het spookrijden is wonder boven wonder goed afgelopen. Er waren er meer zoals onze chauffeur die jolig aan de verkeerde kant van de weg reden. Morgen begint het toernooi. Over anderhalve week pak ik het logboek er weer bij.
11 Juli 2002.
Tuesday, January 23, 2007
De vorming van een bridger
Vijf gebeurtenissen die zo dramatisch waren dat ik het er nooit met iemand over gehad heb, maar mij wel hebben beinvloed.
- Bij de Zuidlaarderbollendrive maakte ik een devil’s coup. Helaas zat VBx op een hand, zodat iedereen down gegaan was.
- De eerste keer dat ik psychte was ook de laatste keer. Rechts van mij opende 1 harten, ik volgde 1 schoppen op een dubbelton. Maat verhoogde naar 4 schoppen. Bleek dat rechts al met 1 harten gepsycht had met 6 schoppens tegen. Zo moet je dat ook niet doen.
- Als de leider een heer boer beslissing heeft en ik heb het aas of de vrouw dan verstop ik die altijd zodat de leider geen idee heeft dat ik die kaart bezit door mijn manier van gedrag. Vernietigend commentaar van Vincent -stopcontact- Wiering :“Ik speelde de heer in dummy, want jij had het aas”.
- Berry bood Bob en mij heel aardig eens een lift aan van Badhoevedorp naar Rotterdam. Jennend vroegen wij retorisch :“Wie is Berry Westra nou helemaal”. Berry: “Ik ben wel ere-burger van Rotterdam sinds 1993”. Wij vielen stil.
- Op datzelfde toernooi in Badhoevedorp werd ik broodkaarter. De nummer een van de 1ste klasse prijs kwam de prijs niet ophalen, waardoor wij dus een knets van een beker en elk 60 oude guldens in ontvangst konden nemen. Dat was maar goed ook, want ik had mijn pinpas uitgeleend aan een klasgenoot die even een broek ging kopen. Ik kon nog net terug naar Groningen op zondag.
Sunday, November 19, 2006
Hopmannen
In de provinciecompetities kennen wij arbiters. Ze lopen met boards of worden ter tafel ontboden in geval van een onregelmatigheid. Zelden verschillen zij van spelers. Je ziet het er niet van af. Speel je wat hoger, dan stralen ze meer autoriteit uit als het goed is. In snelle pas belopen ze alle hoeken van het denksportcentrum, nog net je ooghoeken verlatend. Het herkennen van de scheids is op dit niveau een fluitje van een cent. Men draagt arbiterskleding. Zo, zo, keurig jasje, keurig NBB-dasje. Helaas jongens, die tijd is voorbij. Heden ten dage dient de arbiter van van alles voorzien te zijn en dus is men bij de eerste de beste hengelsportzaak naar binnen gegaan om een vest, dat doet denken aan een bodywarmer zonder voering, aan te schaffen. Het ding heeft epauletten met een knoop, een ijzeren ring aan de achterkant bij de kraag en het ergste van allemaal, het heeft drieduuzend zakken. Links rechts, boven, onder en zelfs een zak met rits aan de achterkant. Heel stiekem heb ik een van die vestjes geinspecteerd, terwijl ik dummy was. Wat gaat daar allemaal in? Zakje 1: vislijnen, een dobber en haken (toevallig nog aanwezig). Zakje 2: bierviltjes om scheve tafels recht te zetten. Zakje 3: ingenomen mobiele telefoon. Zakje 4: schroevendraaier. Zakje 5: nog een ingenomen mobiele telefoon. Zakje 6 (tevens achterzak): een banaan. Zoveel dingen nodig, dat het hulpstuk waar het echt om gaat, namelijk het spelregelboekie altijd in de hand genomen wordt, nooit de zwarte diepte intuimelend. Nu even serieus, het ziet er niet uit. Alsof een stel padvinders de boel op orde moet houden. Het beige tenue steekt schril af bij de aangenomen capaciteiten van een Bondsarbiter, die zich toch ook niet geheel gemakkelijk moet voelen als hij snel de schroevendraaier moet pakken en zich te buiten gaat aan een hoop gegraai aan zijn lichaam.
“Geef die man een das, geef die man een boekie en een pen, investeer wat uit de kas, opdat ook ik hem als arbiter erken”, zou er als tegeltje boven het bureau van iedere bondsbobo moeten hangen. Helaas is het niet de Hollandse kneuterigheid die de sportvisserij bij bridgeminnend Nederland heeft geintroduceerd. Bij E- en WK’s zag ik al mijn arbitrale vriendjes al lang geleden in zo’n stom hesje. Sommigen deden letterlijk aan een survivaltocht als zij de draagbare ladenkast aan hadden. Waren die dingen veel te groot voor een klein Napolitaans arbitertje, zonk hij helemaal erin weg. Welke Maniak heeft, toen er geen boom meer was zonder hut, geen stok meer zonder vlag, en geen jonge woudloper meer die niet in het ziekenhuis lag met de e.coli in zijn knar na het niet goed doorbakken van wat hamburgers boven een knapperend vuurtje, gemeend niets meer om handen te hebben en zich volledig toe te leggen op het aannaaien van oude broekzakken aan een zomerjas zonder mouwen?
Schaam je.
Friday, October 20, 2006
De Snor (deel 1)
Afstanden zijn relatief. Ga je met het vliegtuig, ga je heel hard. Ga je op je schoenen, ga je niet zo hard. Ga je wel nadenken. Niet veel mensen zullen op een dag
Zonder gebod zou er meer gedoubleerd down gaan, maar ook meer gemaakt. Het was beter om alles maar ongedubbeld voorbij te laten zeilen dan naar willekeur een mes in het contract te zetten. Uiteindelijk kostte dit minder punten. Lijkbleek trok hij weg tijdens het kibitzen bij een EK, zodat zijn zwarte snor nog prominenter in je perifere gezichtsveld priemde, als je een doublet van maat inliet. Het was zeker dat het down ging, maar nonkel Frans wist het nog niet met AVBT9 tegen en allebei een opening. Hetzelfde gold natuurlijk voor regel twee. Als je het vijfniveau nodig had om te onderzoeken of het mogelijk slam was, dan kon je beter op vierniveau afpassen. Soms was het slam, meestal niet. Een veilige plusscore was altijd goed. Alles was na te rekenen. Iets wat hij zeker niet nagelaten zal hebben als hij even een peukje opstak, nadat zijn katten weer eens een gat in een hek gevonden hadden, waar Frans toch echt niet doorheen kon. Uiteindelijk weerhield zelfverklaarde ouderdom hem ervan aan te blijven en dus is zijn trainerschap vergaan, evenals de katten. Stadsdeel de Baarsjes zal hem missen. Maar als je me ooit betrapt op een -670, zweer dan dat je het niet aan hem zult vertellen.
Sunday, October 01, 2006
Met de botte bijl
Mijn lieve partner maakte vandaag een actie, waarna mij het woord 'holbewoner' toevallig ontviel. Dit gehoord hebbende riep hij de arbiter en meldde vrolijk dat ik hem 'holbewoner' genoemd had. 'Wat voor straf krijgt hij?'. 'Schrijf maar een stukje'. Waarvan akte.
Je zou zeggen dat niemand heden ten dage -behalve een evolutionair artefact- nog uitingen vertoont van een Holbewoner. Echter eenieder lijkt er in enige situatie wel eens op: in het verkeer, op het werk, bij feestjes of in ons geval bij bridge.
Welnu, dit kan zich op twee manieren uiten. Ten eerste heb je ze ertussen die alleen hun eigen frivoliteiten goedkeuren, terwijl die van hun maat absoluut onverenigbaar zijn met het huidige zitsel. Bridgen met deze lui heeft geen zin. Bridgen tegen deze lui heeft wel zin. Het best doe je dat met de tweede variant Holbewoner als partner, want als die eenmaal op dreef is en alles wat illegaal is komt binnen, dan gaat Holbewoner type I zijn maat met een aantal krachttermen -zoals het hem betaamt- te lijf. Werkt niet bevorderend voor hun score kan ik U melden.
Ik wist het niet, maar ik had vandaag een soort uit het veen getrokken type II tegenover mij zitten. Hij keek niet al te helder in ieder geval. De beste man bood na een 3 klaver opening links van hem en een 3 harten volgbod van zijn maat 6 ruiten als zuid:
Zoals U ziet was het gewapend beton nog lang niet uitgevonden. En ja hoor, zo leert hij het nooit af (ik vraag me overigens af of enige conditionering zijn gedrag zal beïnvloeden), want de tegenstanders waren zo onder de indruk van Fred Flintstone dat ze met schoppen startten. Harten heer pleurde derde naar beneden en daar was de overslag. Zit je dan met je sophisticated studentensmoeltje. Gelukkig, gelukkig was ik niet de enige niet-Holbewoner. Type I kwam niet voor aan deze tafel. 'volgend spel....'.
Monday, August 14, 2006
Geef nooit op!
Tsja de wensen van de Gooise meisjes waren een stuk gemakkelijker te realiseren dan mijn ene ultieme wens, namelijk een goede bridger te worden. Gelukkig kreeg ik een keurige brief terug van RTL, met als slotwoorden: "en beste Timpie (toen heette ik nog Timpie), onthou één ding: GEEF-NOOIT-OP". Nou dacht ik de afgelopen dagen bij de scheveningsche bridgeweek, laat ik me daar tien jaar na dato (allemaal mijn tijd) eens aan gaan houden:

Wel tegen niet, je maat opent 1 klaver, rechts komt erin met 2 ruiten, 11-15 met een zeskaart. 2nt leek niet echt dus ik een rondje pas. Maar nu zat ik 3 seconden later met hetzelfde probleem, na pas-dbl-pas. Ik had kunnen passen, maar het avontuur lonkte en driekaartjes bieden heeft ook zo zijn charme. Ik bood in ieder geval 2 harten, maat 3ruiten, ik 3nt (jippie), maar bieden kunnen we nog steeds niet, dus belandde ik in 4 harten, ongedubbeld, dat dan weer wel. Start ruiten tien:

voor ruiten koning en schoppen boer na. Tsja, met dat intermediate volgbod rechts ging dit toch echt een lastige bal worden, zeker als een zwarte kleur zich niet ging gedragen. Ik nam schoppen koning en speelde een kleine harten op, links de vrouw. Dit was het beste nieuws dat ik in dagen gezien had, stuk zat goed. Je moet altijd een beetje achteruit om in volle versnelling door te stomen, dus harten vrouw gezakt. De man links speelde schoppen na gelukkig bekende oost nog. Ik moest wel schoppen vrouw nemen hoewel de 8 de slag zou maken. Na de hartensnit bleek de kleur 3-3 te zitten. Ik zat echter wel in de dummy in deze situatie:

Met de handen in het haar, het zat allemaal zo goed en dan nog zat ik in de dummy geplakt. Snik. Zat ik maar in de studio naast Cactus, dan wisten we het wel. Toen hoorde ik opeens in mijn achterhoofd het intromuziekje "Geeeeeeeeeef nooit op oh geef nooit op!". Als een ware Popeye ( is van ieders tijd, want tijdloos) die murw gebeukt is door Brutus en die met zijn pijp een blikje spinazie opensnijdt om de slechterik een ongelooflijke knal te verkopen, rechtte ik mijn rug en speelde klaver AK (misschien zaten de schoppen 3-3, onwaarschijnlijk maar het kan tegen mensen die een zwak volgbod als intermediate zien) en toen oost een 2362 bleek te hebben was het tijd om west op de broek te geven door harten 8 te cashen: of hij gooit een zwarte kleur af, dan kan ik die kleur vrijspelen of hij gooit zijn laatste ruiten weg, wat in de praktijk gebeurde. Dan Klaver vrouw en klaver na voor de boer. Lijdzaam stond hij de stepping stone in schoppen toe:
Thursday, July 13, 2006
Die mooie middenkaarten
Het kaarten gaat vaak beroerd. De sfeer is meestal een gezellige, maar kan ook omslaan in een omgeving van grappen niveautje ad hominem en ordinaire scheldpartijen. Uiteraard is alles daarna vergeven en vergeten. De waas van alcohol zorgt voor ieders (eigen)wijze realiteit zullen we maar zeggen. Soms gebeurt er wat aardigs aan tafel, hoewel ik niet meer precies weet of het spel er zo uit zag, maar klaveren 7 deed wel leuke dingen:
Allen kwetsbaar
Het bieden was weer niet om aan te zien: Na een 1H opening van west (of noord, of zuid, of oost) bereikten NZ het contract van 5 ruiten via
W N O Z
1h dbl 3h 4nt!
p 5kl p 5ru
a.p.
!= "O ik dacht dat ik ehh 4sch had geboden, sorry Krentenbollenkabouter"
West kwam uit met Harten Koning en speelde harten Aas na, getroefd. De leider vond het helemaal niet erg eigenlijk om in 5 ruiten te zitten in plaats van 4 schoppen:
West bekende drie keer op ruiten en oost gooide 2 hartens weg. Nietsvermoedend speelde de leider schoppen Aas. Bij west verscheen Prompt de Boer. Als ze 3-2 zouden zitten, ach ja dan maakt het niet uit of ik eerst een slag afgeef of de koning speel. Maar bij een 4-1 zitsel ben ik minder blij. De leider stond een schoppen af en inderdaad, oost bleek een 4 kaart schoppen te hebben. Er kwam wederom schoppen en nu moest de leider nemen. De verdeling was inmiddels bekend, west had een 1633 en oost een 4414. Aangezien west geopend had, moest klaver vrouw daar zeker zitten. Zuid speelde al haar troeven uit en oost mocht haar schoppen vrouw vasthouden of een klavertje weggooien van 10843 en verloor zo haar guard tegen die mooie klaveren 7. Een klein wondertje dat west niet Q8x of Q10x had, dan had die namelijk de controle in klaver gehad. Het contract is echter nog steeds koud als west de 8 of de 10 heeft. Wellicht is dat ook een betere speelwijze. Zoek zelf maar uit hoe. Dit was de eindsituatie:
Tuesday, July 11, 2006
Money bridge
Ik had
S AQ
H xxx
R Hxxx
K AT8x
W/NZ
Gib Gib Mens Ik
Pas 1ru dbl rdbl
1h 2ru 2h 3h!
pas 4ru pas 5ru
dbl pas pas rdbl
pas 6ru dbl a.p.
Down gaan kost weinig, terwijl een manche maken relatief veel oplevert. 20% (iets in die buurt) manches zijn al goed om te bieden dus je moet iedere kans aannemen die ook maar een beetje richting heeft. 5ruiten. Pardoes gedubbeld. Nu echter meende ik dat het blauwe kaartje mijn rekening wat kon spekken, maar mijn GIB die schijnbaar een score van –1000 voorzag, koos eieren voor zijn geld door 6 ruiten te bieden (gedubbeld 3 down 800 tegen 1000 van 5ru xx –2). Arghhhh, ik werd ter plekke gegibd. Nog een keer teruggaan vond ik wat teveel van het goede. Eeuwig spijt natuurlijk (of zou gib liever in 7 ruiten gedubbeld dan in 6 ruiten gerubbeld willen zitten...), want de andere human had een wat licht doubletje en Gib-tegenstander had 5 ruiten gedubbeld op het informatiefdoublet en zijn vierkaart ruiten...:
Aanrader?
Money bridge is vermakelijk zolang je wint, maar het heeft zeker een handleiding nodig ten aanzien van het bieden en spelen met de GIB. Met een mens is leuker. Omdat de spellen random zijn en het om total points gaat (stakes zijn 10c, 25c, 50c, 1$ en 2$ de 100 punten; kwetsbaar 1 down dus) ontkom je niet aan negatieve streaks, waarbij je de ene vage vierpunter aan de andere rijgt, terwijl de tegenpartij manches en slems bij de vleet biedt. Dit is erg frustrerend en mocht je beter zijn dan je tegenstander, dan zorgt de hoge variantie er wel voor dat je óf doorgedraaid bent óf allang bent weggelopen tegen de tijd dat de wet van de grote getallen inslaat.
